Biogas- en brandstoffen

Biobrandstoffen

Biobrandstoffen worden geproduceerd uit biomassa. Er is een grote verscheidenheid aan biomassa waaruit biobrandstoffen worden geproduceerd. Bij het produceren van biobrandstoffen is in eerste instantie gekozen om gebruik te maken van gewassen die makkelijk en snel groeien en over veel suiker, zetmeel of olie beschikken. Voorbeelden hiervan zijn suikerriet, koolzaadolie en maïs. Met deze gewassen kunnen op een relatief eenvoudige manier grote hoeveelheden biobrandstoffen worden geproduceerd. Biobrandstofen uit deze gewassen worden de eerste generatie biobrandstoffen genoemd. De belangrijkste categorieën eerste generatie biobrandstoffen die verderop in deze paragraaf worden toegelicht zijn:

  • bio-ethanol
  • puur plantaardige olie (ppo)
  • biodiesel 

Biogas

Na de eerste generatie biobrandstoffen die nu wereldwijd al grootschalig zijn te verkrijgen, komen in de toekomst de volgende generaties biobrandstoffen op de markt. Dit is een doorontwikkeling van de eerste generatie waarbij de biobrandstoffen kunnen worden geproduceerd uit houtachtige bestanddelen (cellulose) van planten en bomen. Ook algen kunnen worden gebruikt om een volgende generatie biobrandstoffen te produceren. De stap naar de volgende generaties biobrandstoffen is noodzakelijk omdat de gewassen die worden gebruikt voor de eerste generatie ook eventueel kunnen worden gebruikt als voedsel en dat de wijze van verbouwen en verwerken van deze gewassen de totale CO2 reductie van de biobrandstof verkleind.

Doordat er bij de gewassen voor de volgende generaties biobrandstoffen sprake is van het gebruik van restproducten en van een hogere opbrengst per hectare, kan een hoger CO2 reductie percentage worden bereikt dan bij de meeste eerste generatie biobrandstoffen. Er is in dat geval ook geen sprake meer van concurrentie met de voedselmarkt.

De productietechnologie van de volgende generaties is complexer dan voor de eerste generatie biobrandstoffen en kan nog niet op industriële schaal worden toegepast. De kosten zijn ook nog veel hoger dan bij de productie van eerste generatie biobrandstoffen. Het eindproduct, de biobrandstof zelf, kan bij de volgende generatie biobrandstoffen hetzelfde zijn als bij de eerste generatie. Bio-ethanol is daar een voorbeeld van. Het verschil zit in de gewassen die worden gebruikt en de productietechniek om van de gewassen een brandstof te maken. De onderstaande productietechnieken en bijbehorende eindproducten zijn de meest kansrijke volgende generaties biobrandstoffen:

  • Bio-ethanol en bio-butanol uit cellulose
  • ME (Dymethylether uit vergassing van biomassa)
  • BTL (Biomass-to-liquids, synthetische diesel)
  • Biogas uit cellulose
  • Bio-waterstof